1961
In Friesland zijn er 39 televisietoestellen per 1000 inwoners.

Invoering van de vijfdaagse werkweek voor overheidspersoneel.



1962
In Friesland zijn er 56 televisietoestellen per 1000 inwoners.

Prinses Wilhemina overlijdt (geboren 31 augustus 1880).



1963
Reinier Paping uit Ommen wint de Elfstedentocht op de schaats in 10 uur en 59 minuten.

Het theorie-examen wordt voortaan schriftelijk i.p.v. mondeling afgenomen.

Kawasaki begint met de productie van motorfietsen.

Van 16 tot 21 september wordt de Frisiana gehouden in de Frieslandhal, een tentoonstelling die moet laten zien wat Friesland na de wederopbouw in huis heeft. Het trekt een extreem groot bezoekersaantal: 210.471.

De anticonceptiepil is in Nederland te verkrijgen.

Invoering van de kinderbijslag, ter vervanging van allerlei verschillende regelingen.



1964
Examinering voor het rijbewijs vindt voortaan ook buiten de bebouwde kom plaats.

Op Hemelvaartsdag treedt Cliff Richard op in de Frieslandhal, samen met The Shadows, Anneke GrŲnloh en Willeke Alberti. Er verschijnen slechts 2.500 mensen, i.p.v. de verwachte 10.000. De entreeprijs lag dan ook wel hoog: f 6,-. Na een half uur stopt Cliff. Op 5 en 6 juni kwamen The Beatles naar Nederland. Het publiek kon ze een rondvaart zien doen door de Amsterdamse grachten en hun optreden bijwonen in veilinghal 'Op hoop van Zegen' in het Westfriese Blokker.



1965
Harley-Davidson vervangt de met een kickstarter uitgeruste Duo-Glide door een motor met een elektrische startmotor, de Electra-Glide. De Sportsters worden vlak hierna ook voorzien van een elektrische startmotor.

Heinkel stopt de productie.



1966
Munch bouwt de 2000 cc Mammut met 260 pk.

In juli wordt de Drachtstervaart in het centrum van Drachten gedempt.

Prinses Beatrix en Claus von Amsberg treden in het huwelijk.

Invoering van de WAO.



1967
Matchless stopt de productie.

Stichting van Lelystad.



1968
De beroemde Norton Commando, een 750 cc parallel-twin, komt in productie.



1969
De door Dennis Hopper geregisseerde film Easyrider verschijnt en veroorzaakt een ware cultgolf. Briljante rollen van Peter Fonda, Jack Nicholson en Dennis Hopper, met muziek van The Byrds en Steppenwolf (Born to be wild).

De Lauwerszee wordt afgesloten.



1970
Royal Enfield stopt productie in Engeland, de fabriek in India gaat de Bullet verder produceren.

Motorfietsen rijden dit jaar 108.000.000 km in Nederland.

Mr. H. Rijpstra wordt Commissaris der Koningin in Friesland.



1971
Na aankoop door Norton wordt BSA opgenomen in de Norton-Villiers-Triumph-groep.

Motorfietsen rijden dit jaar 122.000.000 km in Nederland.

Jan de Vries wordt wereldkampioen wegrace in de 50cc-klasse, op een Van Veen Kreidler.

In Friesland wonen 525.915 mensen.



1972
Invoering helmdraagplicht voor brommer- en motorrijders.

Motorfietsen rijden dit jaar 125.000.000 km in Nederland.



1973
BSA stopt met produceren, de Triumph-fabrieken sluiten.

Op 25 juli komt de 500.000e BMW-motorfiets uit de fabriek. De met dubbele schijfremmen vůůr uitgeruste R90S is de eerste motor met standaard cockpitkuip en wordt gezien als de eerste superbike.

Motorfietsen rijden dit jaar 135.000.000 km in Nederland.

Op 4 november kondigt minister-president Den Uyl aan dat er vanwege de oliecrisis autoloze zondagen ingevoerd gaan worden.



1974
De Sachs Herculus W2000 ziet het daglicht, de eerste productiemotor met een Wankelmotor.

Motorfietsen rijden dit jaar 120.000.000 km in Nederland.



1975
Minister Westerterp van Verkeer en Waterstaat bereikt op 26 mei overeenstemming met de ANWB en de BOVAG over de eisen van de voorgestelde Algemene Periodieke Keuring (APK) voor auto's.



1976
Introductie van de Van Veen OCR 1000, met een tweeschijfs rotatiemotor (Wankelmotor).

De Honda CX 500 wordt als eerste motor standaard uitgerust met tubeless banden.



1977
Wil Hartog wint de 500 cc-race in Assen.



1978
Er worden in totaal 25.990 nieuwe en 214 gebruikte motoren geÔmporteerd.



1979
Er worden in totaal 19.247 nieuwe en 208 gebruikte motoren geÔmporteerd.



1980
Er worden in totaal 22.644 nieuwe en 107 gebruikte motoren geÔmporteerd.

Jack Middelburg wint de Grand Prix van Engeland, op circuit Silverstone.



FMC-voorzitters:

t/m 31-01-1966: A.G Jager
31-01-1966 t/m 29-01-1971: S. Wouda
29-01-1971 tot september 1971: J. Stekelenburg
september 1971 t/m 31-01-1972: vice-voorzitter J. van der Meulen
31-01-1972: J. van der Meulen


 

In 1961 ging het goed met Friesland en haar inwoners. De jaren van wederopbouw lagen in het verleden en de blik kon op het plezierige heden en de nog plezieriger schijnende toekomst worden gericht. De FMC, nog altijd voorgezeten door de heer Jager, werd voortgesleept in de vaart der volkeren en onderging gestaag doch onontkoombaar een ingrijpende transformatie. Deze transformatie, die hieronder zal worden beschreven, werd vooral veroorzaakt door de sterk toegenomen welvaart en de daarmee samenhangende veranderingen in consumptiegedrag en vrijetijdsbesteding.

Zo groeide het aantal huishoudens met een televisie en maakten ambtenaren sinds 1961 werkweken van slechts vijf dagen. Jan Modaal en zijn gezin werden op tal van manieren verleid tot de aanschaf van luxeartikelen en het was moeilijk om die verleidingen te weerstaan na de vele jaren van relatieve schaarste. En geef hen eens ongelijk! Eenieder die het kon werd deelgenoot van de nieuwe periode en ruilde zijn of haar motor in voor een blinkende automobiel. Op een enkele zonderling na, die trouw bleef aan zijn tweewieler, werd de voorkeur gegeven aan gegarandeerd comfortabel reizen in plaats van op de genade van de weergoden te moeten rekenen. Die tijd was geweest.

In de eerste jaren van het decennium werd door de motorrijdende FMC-leden nog druk gestreden om de diverse wisselprijzen die met de clubcompetitie waren te verdienen en ook de andere tochten die werden uitgeschreven mochten op een redelijke belangstelling rekenen. Maar binnen de vereniging waren de eerste voortekenen van de naderende verandering al te ontwaren. Een groeiend aantal leden ging over tot de aanschaf van een automobiel en liet de motorfiets voor wat ze was, evenals het daaraan gekoppelde verenigingsleven. Dat verenigingsleven speelde zich af in hotel 'Van Dellen', waar de achterkamer was gevuld met de prijzenkasten van de FMC. Door het plaatsen van de prijzenkasten werd door veel leden 'Van Dellen' gezien als het clubhuis van de FMC, maar de opkomst bij kienavonden en vergaderingen was beduidend lager dan in de periode dat de leden nog niet spraken van een 'clubhuis'. Terwijl de FMC intern enigszins aan het uithollen was, trok de grootste rit die zij uitschreef voor derden, de Elfstedentocht, een blijvend groeiend aantal deelnemers. Sinds 1955 deden aan de tocht ook buitenlanders mee en sindsdien brachten de uitnodigingen voor de Elfstšdtefahrt of de Tour des onzes villes zo'n tweehonderd zuider- en oosterburen aan de start, naast en tussen de bijna tweeduizend deelnemers uit eigen land. Hier leek alles bij het oude te blijven, ware het niet dat het aantal deelnemende motorrijders afnam te gunste van het aantal automobilisten. 

In het voorjaar van 1964, het jaar waarin de FMC haar gouden jubileum zou vieren, werd besloten de clubcompetitie te annuleren wegens gebrek aan belangstelling. Dit, samen met het gebrek aan animo voor de clubavonden, was voor de voorzitter aanleiding de laatste regels van het jubileumboekje te reserveren voor een waarschuwend betoog. Hierin sprak hij zijn bezorgdheid over het tanende clubleven niet onder stoelen of banken. Hij achtte de opkomst van de televisie mede de oorzaak van de lage opkomst en had geen passende oplossing voorhanden. Verder stelde hij dat de club door alleen een jaarlijkse feestavond en de Elfstedentocht niet kon overleven. Desalniettemin sprak hij de hoop uit dat het gouden jubileum aan zowel leden als bestuur nieuwe ideeŽn voor de toekomst zou geven; het was ten slotte niet de eerste keer dat de FMC een problematisch tijdperk had overleefd. Met deze optimistische slotzin in gedachten werd de half november 1964 gehouden feestelijke receptie in hotel 'De Kroon' een daverend succes. Naast de bijna vijfhonderd leden en hun aanhang kwamen vertegenwoordigers van de KNMV, afvaardigingen van bevriende motorclubs uit geheel Nederland en diverse overheidsfunctionarissen hun opwachting maken bij de jubilerende club. In de Friese pers vulden beschouwingen over de jubilaris menig kolom en het bestuur werd, uiteraard aan de bestuurstafel en omringd door de prijzenkasten, door vele fotografen op de gevoelige plaat vastgelegd. Het de grootste en, op dat moment, op ťťn na oudste motorclub van Nederland zijn schiep zo zijn verplichtingen. 

In het eenenvijftigste levensjaar van de FMC bleef de opkomst ver beneden de verwachting, zelfs zodanig dat het bestuur besloot geen oriŽnteringsritten meer uit te zetten. De kosten stonden niet meer in verhouding tot de baten. Los van dit alles was het aantal motorrijdende FMC-leden fors gedaald, terwijl het aantal autobezitters bleef stijgen. Naar aanleiding van deze ontwikkeling stelde een lid voor de naam van de FMC zodanig te wijzigen dat ook automobilisten erbij betrokken zouden worden. Immers, een gerenommeerde MC als 'De Stormvogels' had de naam ook al veranderd in Motor- en Auto Club (MAC). De voorzitter was mordicus tegen een naamsverandering, maar benadrukte dat automobilisten welkom waren. Een jaar later, in 1966, nam Jager afscheid van de FMC. Sinds 1949 had hij aan het roer van de club gestaan en haar op kundige wijze over de woelige baren van de tijd gevoerd. In zijn afscheidsrede bond hij de leden op het hart van de FMC geen gezelligheidsclub te maken; ze moest een echte motorclub blijven. De leden kozen de heer S. Wouda tot hun nieuwe voorzitter. Wouda's eerste daad als voorzitter bestond uit de verlening van het erelidmaatschap aan de heer Jager, die dit dankbaar aanvaardde.

Wouda stond voor een lastige taak. Het ledental van de FMC was in twee jaar gedaald naar een kleine driehonderd en de opkomst bij bijeenkomsten en ritten bleef laag. Motorrijdende leden verschenen alleen nog maar aan de start van de Elfstedentocht en dan nog met mondjesmaat. De automobiel had het motorrijwiel met grote overmacht uit het straatbeeld en de FMC verdreven. Het logische gevolg was dan ook dat de ritten die de FMC en andere motorclubs uitschreven ritten voor auto's werden. Het competitie-element bleef gehandhaafd, maar in nieuwe klassen. In de A-klasse kwamen de ervaren automobilisten uit, in de B-klasse de minder ervaren en, later, in de C-klasse de beginners. Er werd weer een clubcompetitie op poten gezet, waarbij de leden hun bekwaamheden in een zevental oriŽntatieritten, waaronder ťťn nachtrit, met elkaar konden meten. Dit aantal werd nog uitgebreid door deel te nemen aan ritten die uitgeschreven werden tijdens feestweken in diverse plaatsen in Groningen, Friesland en Drenthe. De competitie met andere clubs werd aangegaan in de Provinciale Club Competitie (PCC), op landelijk niveau in de LCC. Voor oriŽntatieritten per auto was een uitgebreidere manier van routebeschrijving mogelijk dan voor motoren. De passagier trad op als navigator en vervulde aldus een essentiŽle bijdrage aan de klassering. Individuele rijders waren nergens; het ging om de juiste combinatie tussen chauffeur en navigator. Het uitzetten van de ritten was geen sinecure en werd derhalve vooral aan de A-rijders overgelaten. In een poging het aantal deelnemers te vergroten werd in 1969 besloten de ritten niet meer op doordeweekse avonden te verrijden, maar tijdens de weekeinden. Dit beviel goed en gaf tevens de mogelijkheid langere ritten uit te schrijven. Gezien het kleine aantal leden was het niet mogelijk overal langs de routes controleurs te posteren en daarom ging de FMC over tot zogenaamde zelfbedieningscontroles. Op een controlepunt hing een uniek merkteken dat door de equipe moest worden overgenomen en bij de finish diende te worden getoond. 

Omstreeks het begin van 1967 was de transformatie van de FMC zo goed als voltooid. Van een motorclub die enkele autobezitters onder haar leden telde, was zij getransformeerd tot een autobezitterclub die om nostalgische redenen haar titel van motorclub bleef voeren. Tijdens deze ommezwaai hadden een kleine tweehonderd leden bedankt voor het lidmaatschap, een fenomeen waar alle soortgelijke verenigingen last van hadden. Van de resterende leden nam slechts een klein aantal actief deel aan ritten en clubavonden. Zij deden dat overigens met veel enthousiasme en wisten diverse bekers voor de acht prijzenkasten te veroveren. De financiŽn van de FMC waren goed, in hoofdzaak door de jaarlijkse Elfstedentocht. Verder kon de FMC op steun van diverse bedrijven rekenen. Soms was dat steun in natura, zoals pepermuntjes op de rustpunten van een rit of reiswekkers en andere luxeartikelen als prijzen voor ritwinnaars. Contant geld werd binnengebracht door de verkoop van advertenties in routeboeken en het clubblad. De relatie met het bedrijfsleven was belangrijk en werd door het bestuur met groot gevoel voor relatiebeheer onderhouden. Soms leidde dit tot enig inschikken, zoals in het geval toen bleek dat een Leeuwardense beschuitfabriek, een trouwe adverteerder, speldjes uitgaf die identiek waren aan de plaquettes die de FMC jaarlijks maakte. Het bestuur kwam tot de conclusie dat het onbekend was bij wie de auteursrechten van de plaquettes lagen en derhalve werden geen stappen ondernomen. 

Het kwakkelende verenigingsleven werd niet door iedereen passief ondergaan. In augustus 1970 stuurde sportsecretaris K. Ploegsma een brief ter plaatsing in het clubblad waarin hij zijn hart luchtte. Volgens hem gingen het bestuur, de leden en het clubblad van de FMC mank aan een langdurige kater. De deelname aan ritten van andere clubs was beschamend laag en het zou hem niet verwonderen als die clubs in het vervolg verstek zouden laten gaan op ritten van de FMC. In zijn ogen moest de FMC zich niet voorstaan op het feit dat zij de grootste club was, maar kon zij zichzelf beter presenteren als 'de club met het grootste aantal niet-actieve leden.' Of het nu aan die brief lag of aan veranderende omstandigheden in het land, vanaf 1971 leek het ergste leed geleden. In het begin van dat jaar stopte Wouda als voorzitter en werd opgevolgd door de heer J. Stekelenburg. Samen met andere actieve clubleden zette hij zijn schouders onder de inmiddels 295 leden tellende club. 

Nog nadrukkelijker dan voorheen werd aansluiting met het bedrijfsleven gezocht. Ten behoeve van bedrijfsverenigingen, dorpshuizen en muziekverenigingen zette de FMC oriŽntatieritten uit. Naast de eigen zes ritten ten behoeve van de clubcompetitie werden zo nog eens 23 ritten door de FMC of onder haar auspiciŽn uitgeschreven. Het gemiddelde aantal deelnemers aan ritten voor de clubcompetitie was gestegen van 38 in 1970 naar 49 in 1971. De instelling van een C-klasse heeft hier zeker aan bijgedragen. Aan de Elfstedentocht namen 587 auto's, 208 motoren en 100 brommers deel, een redelijke magere opkomst in vergelijking met glorierijkere jaren. De FMC-Nachtrit van begin mei werd echter een groot succes. Aan de door voorzitter Stekelenburg en secretaris M.D. Postma uitgezette rit namen bijna tweehonderd voertuigen mee en de rit werd omgedoopt tot 'Nacht van Leeuwarden'. Op competitiegebied liet Stekelenburg ook van zich horen. Hij werd PCC-kampioen en in de LCC-kampioensrit behaalde hij een eervolle vierde plaats. Helaas moest Stekelenburg wegens overplaatsing binnen zijn werk reeds na acht maanden voorzitterschap de hamer overdragen aan de vice-voorzitter J. van der Meulen. Postma notuleerde zijn spijt over het vertrek, want Stekelenburgs 'ontplooide activiteiten deden het beste voor de toekomst verwachten.' Het was aan de in 1972 tot voorzitter gekozen Van der Meulen om de ingeslagen weg te vervolgen.

Van der Meulen was geen onbekende binnen de FMC. Al sinds 1951 maakte hij deel uit van het bestuur als penningmeester, vice-voorzitter en voorzitter van de sportcommissie. Hij was in 1957 overgestapt van de motor naar de auto en een geregelde deelnemer aan ritten binnen en buiten de vereniging. Hij wist in het eerste jaar van zijn voorzitterschap het aantal ritten op te voeren tot 34, waarvan 11 voor de FMC zelf en 23 voor bedrijven, verenigingen en instellingen. Het aantal deelnemers aan de Nacht van Leeuwarden bleef stabiel, de Elfstedentocht mocht op de deelname van 622 auto's, 260 motoren en 100 brommers rekenen. Opvallend was dat het aantal motorrijders fors toenam ten opzichte van vorige jaren, maar dat dit het bestuur voorlopig nog ontging. In 1972 was de vereniging verplicht zich rechtspositioneel te continueren en van die gelegenheid werd gebruik gemaakt de statuten te wijzigen. De opvallendste verandering was dat in de doelstelling het 'bevorderen van de saamhorigheid tussen motorrijders' vervangen werd door 'het bevorderen van actieve recreatie van motorrijders, bromfietsers en automobilisten'. Dit doel trachtte zij te bereiken door samenwerking met andere motor- en autoclubs en door aansluiting bij de KNMV. Het is niet zozeer frappant dat de KNMV specifiek werd genoemd, maar wel dat de FMC geen aansluiting zocht bij een landelijke automobilistenvereniging. De transformatie was geboekstaafd, maar de tweewielige historie werd niet helemaal vergeten. 

Met de statutenwijziging waren uiteraard nog niet alle problemen overwonnen. Het ledental nam af tot net boven de tweehonderd en die leden werd op zeer onregelmatige tijden het clubblad toegestuurd. In een poging de nieuwsvoorziening te verbeteren werd besloten te pogen elke twee maanden het clubblad te laten verschijnen. Een probleem van geheel andere orde deed zich voor rond de Elfstedentocht. Die kende in 1973 onverwacht bijna tweeduizend deelnemers en aldus werd het FMC-bestuur gedwongen in overleg te treden met de organisatie van de Acht van Bolsward, een wielerevenement dat op dezelfde dag gehouden werd en van dezelfde wegen gebruik maakte als de Elfstedenrijders. Daarnaast was het voertuigenpark in Nederland in de loop der jaren sterk gegroeid en overleg met gemeenten en politie was noodzakelijk om de Elfstedentocht doorgang te laten vinden op een wijze die de deelnemers niet zou afschrikken. Met name de deelnemende motorrijders gedroegen zich niet allemaal op een manier die van toerrijders mocht worden verwacht en om dat gedrag te beteugelen werden de groepen motorrijders voortaan voorafgegaan en opgesloten door een auto van de FMC. Het bleven toch wel rare jongens, die motorrijders.

In september 1973 draaiden de belangrijkste olieproducenten van de wereld, Arabische landen, de oliekraan dicht voor twee landen die IsraŽl steunden: Amerika en Nederland. Premier Den Uyl kondigde de autoloze zondag af en riep op tot besparing van energie. De crisis duurde niet lang, maar de olieprijzen stegen wel driehonderd procent. Tot de in januari 1974 besloten distributie van brandstoffen, waarvoor de bonnen al waren gedrukt, werd niet overgegaan. Voor een vereniging die het moest hebben van het verstoken van benzine waren het moeilijke tijden. Wanneer een auto voor een rit de schuur uit werd gereden, werd er al snel gesproken van benzineverspilling. De gemotoriseerde sporten stonden in een kwaad daglicht. In dat lastige jaar stond het zestigjarige jubileum van de FMC voor de deur.

In 1973 was het idee gerezen half juni een jubileumrally uit te schrijven en werden de eerste organisatorische stappen ondernomen. Zo werd de directie van de CoŲperatieve Condensfabriek 'Friesland' aangeschreven met het verzoek of zij hun kantine beschikbaar zouden willen stellen voor de finish van de rally. De verwachting was dat vijfhonderd voertuigen zouden deelnemen aan de ruim vijf uur durende rit. Maar de roep tot energiebesparing kon niet worden genegeerd en begin maart werd de rit, inclusief de toegezegde kantine, geannuleerd. Goede raad was duur en het saldo van de kas bood ook niet veel ruimte tot grootse feesten. Uiteindelijk werd besloten eind november een korte rit uit te schrijven, de Cocktailrit, die startte en finishte bij dorpshuis 'Ny Franjum' te Marssum. Aansluitend zou daar een gezellige avond voor leden, verwanten, relaties en introducťs plaatsvinden. Een oplossing waarmee aan zowel de energiebesparingoproep als de krappe kas tegemoet werd gekomen. Diezelfde krappe kas gaf het bestuur in 1975 weinig speelruimte toen zij wegens het verdwijnen van hotel 'Van Dellen' een nieuw onderkomen voor de leden en de prijzenkasten moest zoeken. De uitbater van cafť-bar 'Cambuur' vroeg geen zaalhuur en de keus was dan ook snel gemaakt.

In de directe omgeving van de FMC, namelijk in Leeuwarden, was rond 1973 'MC Leeuwarden' opgericht. De oprichting van deze motorclub sloot aan bij de toenemende belangstelling van jongelui voor motorfietsen. Die belangstelling werd niet zozeer ingegeven door economische motieven, maar vooral door de behoefte aan avontuur en de drang iets anders te doen dan hun ouders deden. De cultfilm Easyrider (1969) heeft zeker invloed op het jeugdige motorrijderspubliek gehad, maar ook de omstandigheid dat betrouwbare motoren betaalbaar waren en dat jeugdigen over steeds meer eigen geld en vrije tijd konden beschikken heeft zeker bijgedragen aan de groeiende populariteit van de gemotoriseerde tweewielers. De brommers werden ingeruild voor motoren. De nieuwe generatie motorrijders sloot zich niet aan bij de vereniging die zich op dat moment hoofdzakelijk bezighield met autoritten. Nee, ze richtten hun eigen motorclubs op. De FMC, voornamelijk bestaande uit leden tussen de dertig en vijftig jaar, mocht zich niet in de belangstelling van de 'nieuwelingen' verheugen. Wel nam het aantal motorrijdende deelnemers aan de Elfstedentocht en de Nacht van Leeuwarden met sprongen toe. In 1975 reden vierhonderd motoren mee aan op Tweede Pinksterdag, terwijl in 1976 1546 voertuigen aan de start bij de Frieslandhal kwamen, waarvan 736 op een motorfiets. De bijna gelijke verhouding tussen twee- en vierwielers ontging het FMC-bestuur niet en ze besefte dat het mogelijk moest zijn motorrijders als lid van de FMC in te schrijven. Maar dat kwam later aan de orde, eerst had het bestuur andere zaken aan het hoofd. In april 1976 overleed oud-voorzitter en erelid A.G. Jager, een gebeurtenis die diepe indruk maakte op iedereen binnen de FMC. In december van hetzelfde jaar ontving voorzitter Van der Meulen wegens het feit dat hij vijfentwintig jaar in het bestuur van de FMC zat een legpenning van de KNMV. Dit heugelijke feit werd gevierd met een receptie in cafť 'Onder de Luifel'.

De voortdurende aandacht die de FMC trok met de Elfstedentocht, de Nacht van Leeuwarden, het jubileum van Van der Meulen en de organisatie van ritten voor derden begon in 1977 zijn vruchten af te werpen. Het ledental steeg naar driehonderd, daar zaten zelfs enige motorrijders onder. Het imago van de FMC bleef echter nog steeds die van een autoclub. Het toegenomen ledental en het daaruit af te leiden hernieuwde enthousiasme voor gemotoriseerde vrijetijdsbesteding, gaven het bestuur de aanleiding tot het invoeren van een nieuwe, jaarlijks terug te keren grote tocht naast de Elfstedentocht en de nacht van Leeuwarden. In 14 oktober 1978 werd de bijna tweehonderd kilometer lange 'Friese Wouden Toertocht' voor de eerste maal uitgeschreven. Aan de tocht namen 105 motoren en 75 auto's deel; de eerste rit in jaren waarin de vierwielers het in aantal moesten afleggen tegen de tweewielers. De volgende editie van de rit trok 195 motorrijders en 74 auto's en het bestuur besefte dat het de hoogste tijd werd motorrijders actief te gaan benaderen, wilde de club de aansluiting bij motorrijdend Nederland niet missen. Ze hadden ten slotte een (club)naam hoog te houden! 

Het bestuur zon op middelen om met de motorrijders binnen de eigen gelederen in contact te komen teneinde van hen te kunnen vernemen op welke manier de club motorrijders van dienst kon zijn ťn om een inventarisatie van het aantal motorrijdende leden te kunnen maken. De oplossing werd gevonden in een oproep aan alle leden zich kenbaar te maken als motorrijder en aansluitend samen met het bestuur om de tafel te gaan zitten om van gedachten te wisselen over de mogelijkheden iets voor motorrijders te organiseren. Een slimme inval, waarop tot grote spijt van de voorzitter slechts een zevental leden reageerde. Het bestuur ontplooide daarom zelf initiatieven om de motorrijdende leden te vermaken, zoals een filmavond met films over bandenfabricage en motorsport. Gezien de goede relaties met de Friese Autobedrijven Kombinatie (FAK) en bandenproducent Michelin kostte dit weinig moeite en geld. De uitgenodigde motorrijders konden onder het genot van een hapje en een drankje met het bestuur praten over de toekomst van het motortoerisme. Een andere manier om de aandacht van motorrijders te trekken was het uitdelen van informatiefolders over de FMC aan deelnemers aan de KNMV-Herfstnachtrit. FMC-vrijwilligers bemanden een controlepost langs de route van deze monstertocht en maakten van de doorwaakte nacht een deugd door de FMC nadrukkelijk aan de deelnemers bekend te maken. Het leverde geen extra deelnemers aan de Friese Wouden Toertocht op, maar aan de Elfstedentocht van 1980 deden wel 875 motoren mee tegenover 617 auto's.

Ook op formeel gebied veranderde er het een en ander binnen de FMC. In 1976 was aangekondigd dat het Burgerlijk Wetboek gewijzigd zou worden. De statuten van de vereniging moesten worden aangepast aan het daaruit voortvloeiende nieuwe Verenigingsrecht en opnieuw worden vastgelegd. Op de ledenvergadering van 29 februari 1980 stelde het bestuur onder andere voor 'bromfietsers' te schrappen uit de doelgroep van de FMC. Hiermee werd een reeds in de jaren zeventig ingezette trend gevolgd. Brommerrijders verschenen in steeds mindere mate aan de start van ritten en ook onder de leden was het aantal bromfietsers sterk afgenomen. Dit was voldoende aanleiding in de Elfstedentocht van 1980 geen route voor bromfietsers op te nemen. Doordat de FMC in 1980 nog geen op vervoersmiddel gespecificeerde ledenlijsten bijhield, is het moeilijk het exacte aantal motor-, auto- en brommerrijders te reconstrueren. Maar van de circa 230 leden die de FMC in 1980 telde, zal slechts een dertigtal een motor als hoofdvervoermiddel hebben gebruikt. De rest van de leden verplaatste zich tijdens de vier ritten die waren uitgeschreven voor de clubcompetitie in hun vierwielers. Van de voorheen zes competitieritten waren er twee geschrapt vanwege de verwachtte barre weersomstandigheden, waaraan in de winter van 1979/1980 inderdaad geen gebrek was. 

In zijn jaarverslag over 1980 constateerde secretaris H. Zwart dat van de door de FMC uitgeschreven ritten alleen de Nacht van Leeuwarden en de Elfstedentocht op een stijgend aantal deelnemers hadden mogen rekenen. Aan de Friese Wouden Toertocht deden slechts 226 voertuigen mee en voor de clubcompetitieritten was de animo ook niet groot geweest. De situatie van 1980 valt hiermee in sommige opzichten te vergelijken met die van het begin van de jaren zestig, maar er is wel een belangrijk verschil. In de jaren zestig nam de animo voor het clubleven en motorrijden af als gevolg van de groeiende welvaart waardoor meer mensen het zich konden veroorloven een auto aan te schaffen en hun vrije tijd niet meer in verenigingsverband doorbrachten maar, bijvoorbeeld, met het gezin op een camping. In 1980 is die welvaart echter flink in het gedrang. In januari was een loonpauze afgekondigd, in februari nam minister Andriessen van FinanciŽn ontslag omdat hij vond dat het kabinet-Van Agt weigerde de in zijn ogen noodzakelijke vťrgaande bezuinigingen door te voeren, in juni volgde de publicatie van een pessimistisch rapport over de toekomst van de Nederlandse industrie en over het hele jaar waren er 100.000 mensen werkloos geworden, hetgeen het totaal werklozen op meer dan 300.000 bracht. De somberheid van deze gegevens werd nog versterkt door de kroningsrellen, meerdere grootschalige ontruimingen van kraakpanden in Amsterdam en de discussies die plaatsvonden over neutronenbommen, kerncentrales en andere onbegrijpelijke en beangstigende zaken. De maatschappij was flink in beroering en ook de FMC kon zich hier, wederom, niet aan onttrekken. Motorische hobby's zijn riskante aangelegenheden in tijden van tegenspoed.